Schrijftips

karine jekel auteur kinderboekenschrijfster schrijftips

Lijkt het je leuk om zelf eens een verhaal te schrijven? Doen! Deze schrijftips helpen je op weg.

 

Wie?

Bedenk eerst over wie je verhaal gaat. Wil je schrijven over iemand die precies op jou lijkt, of juist over een heel ander persoon? Of misschien zelfs over een dier? Als je over meerdere personen schrijft, is het leuk als ze heel verschillend zijn. Druk en rustig. Dapper en bang. Mens en dier. Serieus en grappig.

Waar?

Waar speelt je verhaal zich af? In je eigen huis, in het bos, op een Waddeneiland, in een land waar je ooit op vakantie bent geweest, op de maan, in een wereld die je zelf verzint… Alles kan!

Wat?

Wat maakt de hoofdpersoon mee? Gaat hij roven, krijgt hij een huisdier, gaat hij naar een nieuwe school, wordt hij gepest..? Waar begint het verhaal mee, en waar eindigt het? Schrijf de belangrijkste gebeurtenissen alvast op. En weet je wat grappig is? Tijdens het schrijven kan het verhaal heel anders worden dan je van tevoren hebt bedacht. Dat mag ook!

Bedenk ook wat voor soort verhaal het wordt: vrolijk, verdrietig, spannend, eng, waargebeurd, grappig… Of een combinatie: een spannend verhaal met grappige stukjes erin.

Verrassing!

Soms gebeuren er dingen in een boek waarvan je denkt: Huh? Dat had ik niet verwacht!
Probeer eens iets verrassends te laten gebeuren in jouw verhaal. Stel dat Rover en Broertje een man in een rolstoel beroven. Ineens springt die man overeind en hij kan súperhard rennen. Dat zou een verrassing zijn! Wat doen Rover en Broertje dan?

Gevoelens

Natuurlijk beleeft je hoofdpersoon van alles, maar beschrijf ook hoe hij zich voelt en gedraagt. Wat doe je zelf bijvoorbeeld als je boos bent? Misschien ga je stampen en schreeuwen, of smijt je je lievelingsknuffel tegen de muur van je slaapkamer. Of ga je juist in een hoekje zitten mopperen, met je armen over elkaar? Of verstop je je onder de deken? En waar in je lijf voel je dat je zenuwachtig bent? Lijkt het alsof er kikkers trampoline springen in je buik, of bonst je hart bijna naar buiten? Al deze dingen kun je in je verhaal gebruiken, gewoon door te bedenken wat je zelf zou doen en voelen!

Praten

Vergeet de personages in je verhaal niet met elkaar te laten praten. Dat doe je in het echte leven tenslotte ook! Op die manier kunnen ze met elkaar overleggen, ruzie maken, grapjes maken, geheimen uitwisselen…

Stelen

Goede ideeën stelen mag soms best! Is er een serie op televisie die je heel leuk vindt? Schrijf daar eens een verhaal bij. Schrijf precies wat er in een aflevering is gebeurd, of maak juist je eigen verhaal met die personages. Of gebruik de personages uit een boek! Je kunt bijvoorbeeld een verhaal schrijven over Rover en Broertje. Dat zijn hele leuke jongens, hoor! :-) Schrijf het vervolg op het boek, of laat de broertjes een heel nieuw avontuur beleven. Als je een verhaal maakt over Rover en Broertje, ben ik natuurlijk heel nieuwsgierig wat je ervan hebt gemaakt! Via het contactformulier kun je het me laten lezen. Ik ben benieuwd!

Samen schrijven

Wat ook leuk kan zijn: een verhaal schrijven samen met een vriend, vriendin, broer, zus, neefje of nichtje. Eerst schrijf jij een (halve) pagina, daarna je vriend(in), jij weer, je vriend(in) weer… Dan blijft het steeds verrassend hoe het verhaal verder zal gaan.

Tot slot

Print je verhaal uit of schrijf het in een speciaal schrift, en maak er een (paar) mooie tekening(en) bij. Zo heb je je eigen boekje gemaakt!